Home » Artikelen » Voorspellen kan dat??

Voorspellen kan dat??

De toekomst van voorspellingen. Waarom het zo lastig is voorspellingen te maken en hoe we daar beter in kunnen worden.

Paul Ehrlich bekeek de aantallen en maakte zich zorgen. Aan het begin van de negentiende eeuw waren er een miljard mensen op aarde. In 1927 waren dat er twee miljard. In 1960 drie miljard. De volgende miljard zou al in de jaren zeventig worden bijgeschreven. Intussen was er honger in grote delen van de wereld en het milieu stond onder druk.

Wat een ramp, dacht Ehrlich, een jonge professor biologie aan de universiteit van Stanford. Hij schreef The population bomb in 1968. Het zou onmogelijk zijn de voedselproductie zodanig te verhogen, dat een groeiende wereldbevolking genoeg kon eten. 'We zullen niet in staat zijn grootschalige hongernoden te voorkomen in, pak 'm beet, de komende tien jaar.' Hij schreef over de onvermijdelijkheid van af­nemende gezondheid, economische crises, ecologische verwoesting en langdurige oorlogen - en dat was dan in het 'opgewekte' scenario.

Dat alles is niet uitgekomen. We zijn er nog. Nog steeds te veel mensen gaan dood aan honger, maar minder dan voorheen en bepaald niet doordat de wereldwijde voedselproductie tekort zou schieten. De wereldeconomie was binnen een generatie allang opgebloeid, armoe­de en honger werden effectiever bestreden dan ooit, overal werden mensen gezonder en leefden ze langer, terwijl in de rijke landen de na-l uur terugkeerde en het milieu schoner werd en de wereld vreedzamer werd. Niets van wat Ehrlich voorspelde, is uitgekomen.

Gelukkig faalde Ehrlich hopeloos in het voorspellen van de toe­komst. Minder gelukkig is dat hij daarin bepaald niet alleen staat. We blijken allemaal vreselijke voorspellers te zijn.

Ondanks onze consistente fouten blijven we voorspellingen doen en blijven we luisteren naar die van anderen, vooral van experts die er hun brood mee verdienen. Is er dan niet iets wat we kunnen opsteken v.m onze vergissingen? Kunnen we leren onze eigen voorspellingen te verbeteren en die van anderen beter op waarde te schatten? Het goede nieuws is: ja, dat kan. Het slechte nieuws is: makkelijk is anders.

'Als ik de toekomst perfect kon voorspellen, zaten we nu niet hier samen te lunchen', grapt Ehrlich als hij in een overvolle cafetaria op de campus van Stanford terugblikt op The population bomb, het boek dat tegenwoordig aan belang wint nu steeds meer mensen ongerust zijn, op de drempel van de zeven miljard. Met zijn jeugdige voorkomen en met af en toe glinsterende ogen lijkt de boomlange, slanke grijsaard het geheim van de eeuwige jeugd te hebben ontdekt. Het is niet moeilijk te zien waarom iedereen -van collega's tot studenten - op de aimabele, ietwat statige Ehrlich is gesteld. 'Als wij voorspellen, doen we gewoon ons best.'

'Wij' zijn inderdaad gewone zielen, dus van 'ons' mag enige fout­marge worden goedgepraat. Maar geldt dat ook voor Ehrlich? Hij be­hoort tot de ontelbare experts die bestsellers schrijven, politici en za­kenlieden adviseren en worden geciteerd in de media. Langlopende onderzoeken geven aan dat deze experts doorgaans niets beter zijn dan geïnformeerde leken, met name wanneer ze populair zijn.

Het foutenfestival is niet voorbehouden aan doemdenkers. Sla maar eens een populair-wetenschappelijk tijdschrift van tien jaar gele­den open: waar blijven die tijdmachine en die robots die onze keuken­hulpjes zouden worden? En iedere uitvinding van een nieuwe vorm van communicatie - telegraaf, telefoon, radio, internet - verleidt weer tot de prediking van de komst van universele vrede, omdat oorlog over­bodig zou zijn wanneer alle wereldbewoners met elkaar zijn verbon­den. Optimisme is kennelijk net zo verblindend als pessimisme.

Onze deplorabele staat van dienst op het gebied van toekomstvoor­spellingen zou niet zo zorgelijk zijn als we er niet voortdurend door worden beïnvloed. Politici werken aan beleid op basis van verwachtin­gen van wetenschappelijk adviseurs. Bedrijven stippelen hun meerja­renplan uit nadat goedbetaalde consultants uiteenzetten wat de markt gaat doen. Ontwikkelaars bouwen woonwijken op basis van wat demo­grafen vertellen. Op de televisie wemelt het van de experts die komen uitleggen wat het voor het wereldwijde terrorisme betekent dat Osamu bin Laden dood is, hoe de economie zich gaat ontwikkelen en hoe het klimaat over tientallen jaren is. Zelf maken we investeringen en beleg­gingen op basis van ons idee over wat de toekomst zal brengen.

De enige omvangrijke studie naar hoe slecht experts precies zijn, komt van Philip Tetlock, professor psychologie aan de universiteit van Pennsylvania, die weinig hoopvol stemt. Na twintig jaar had hij tien-duizenden voorspellingen verzameld van bijna driehonderd experts, die voor hun dagelijkse kost adviseren over politieke en economische ontwikkelingen. Zij kregen vragen als: komt er binnen tien jaar een geweldloos einde aan apartheid in Zuid-Afrika?, gaat Amerika binnen vijf jaar oorlog voeren in de Perzische Golf?, zal de waarde van de economie volgend jaar stijgen, afnemen of gelijk blijven? De conclusie is schokkend: 'Deskundigen winnen maar net van een aap die je pijltjes laat gooien op een dartbord met de mogelijke antwoorden', zegt Tetlock. 'Geen overwinning om over op te scheppen.'

Toch blijven we naar experts luisteren. Waarom? 'De toekomst is een kolkende massa van onzekerheid', zegt de Canadese journalist Dan Gardner, auteur van Future babble. 'Omdat we niet tegen onzeker­heid kunnen, zoeken we naar antwoorden - het liefst antwoorden die passen bij onze vooroordelen. En voila: er zijn zo veel experts, dat er altijd wel eentje is die zegt wat we willen horen.' We verkiezen een rotsvast geloof in een mogelijke vergissing boven een overgave aan onzekerheid.

Mensen kijken graag vooruit. Waarzeggers turen al duizenden jaren in een glazen bol of in een hoopje koffiedik. Religies kennen profetische dromen. In veel sprookjes en legenden beschikt iemand over de gave om te weten wat gaat komen. In grote steden kun je zo binnenlopen hij iemand die tarotkaarten legt of je handlijnen leest. We zijn gewoon nieuwsgierig en er zijn genoeg mensen die kunnen voorzien in die behoefte. Daarom kijken we in de krant op maandagochtend hoe het weer in het weekend zal zijn, ook al zijn de horoscopen verderop waar­schijnlijk nauwkeuriger.

Soms heeft een voorspelling ook nut. Geologen die een vulkaan-uitbarsting voorspellen, kunnen een gebied klaarstomen voor een milieuramp. Projecties over het schadelijke effect van het gat in de ozonlaag hebben politici aangezet tot actie. Een bedrijfsleider die Mijdende verkoopcijfers voorziet, hoopt zijn medewerkers te motive­ren. Bovendien is het handig te weten wanneer je een paraplu moet meenemen.

Maar de wereld is complex. Hoe het bijvoorbeeld met 'de econo­mie' gaat hangt af van ontelbare factoren - en dankzij de globalise­ring wordt het er niet overzichtelijker op. Klimatologen kunnen nog zo veel informatie in hun computermodellen stoppen, maar dan nog blijkt telkens opnieuw dat we worden verrast door het ongrijpbare proces, van terugkoppeling. Onze hersenen tellen miljarden zenuwcellen die ons gedrag beïnvloeden, maar we beïnvloeden ook nog eens elkaar. Als we vooruitkijken, zien we een oneindige reeks van stippen die op zo veel manieren met elkaar zouden kunnen worden verbonden, dat we niet eens de tijd hebben om alle opties serieus te bekijken; zodra we dat doen, komen er talrijke andere stipjes bij.

Achteraf is het altijd makkelijk voorspellen. Dat is waarom ge­schiedenisboeken helder beschrijven hoe de ene gebeurtenis haast onvermijdelijk tot de andere heeft geleid. Opeens zijn de stippen met elkaar verbonden via lijnen. Het is wijsheid achteraf, een fenomeen dat psychologen hindsight bias noemen: onze neiging om met huidige kennis de achter ons liggende zaken zo goed te begrijpen, dat we de toekomst altijd al hadden voorzien.

Dit mechanisme is grondig bestudeerd door Baruch Fischhoff, een expert op het gebied van beslissingen en risico's. In de vroege jaren zeventig ondervroeg hij zijn studenten van de Hebrew University in Jeruzalem over het aanstaande historische bezoek van de toenmalige Amerikaanse president Nixon aan China. Zou Nixon op bezoek gaan bij de Chinese leider Mao Tse-tung? Zou hij het bezoek als een suc­ces omschrijven? Nadat het onderwerp uit de kranten was verdwenen, vroeg Fischhoff aan dezelfde studenten opnieuw naar hun voorspel­lingen. Het bleek dat studenten hun herinneringen aanpasten, zodat die beter aansloten op de werkelijkheid, alsof zij hadden voorzien wat ging gebeuren.

Dat is ook waarom commentatoren binnen enkele dagen praten alsof ze een onverwachte gebeurtenis als het Arabische protest altijd al hadden zien aankomen. 'We verliezen geleidelijk het gevoel dat we werden verrast', zegt Fischhoff over het effect van analyses en interpre­taties. 'We vergeten simpelweg wat we niet hebben gezien.' Dat maakt het ook zo lastig om dit effect uit te sluiten: je nieuwe begrip van de we­reld heeft je oude begrip van de wereld gewist en vervangen. Het is vol­gens Fischhoff simpelweg een 'bijwerking van informatieverwerking'.

De studie van Fischhoff laat zien dat we ons niet bewust zijn van onze foute voorspellingen. Een andere conclusie is dat we het vreselijk vinden om onze fouten toe te geven. Wanneer we worden geconfronteerd met bewijsmateriaal dat onze toekomstverwachting onderuit haalt, staan we klaar met een arsenaal aan reacties om gezichtsverlies te vermijden. We gaan bijvoorbeeld een tikkeltje stoutmoedig verkondigen dat onze voorspelling het verloop van de geschiedenis heeft veranderd. Die millenniumbug die alle computers in het honderd zou laten lopen en daarmee onze techniek en beschaving? Die is er uiteindelijk nooit gekomen, vanwege de alarmerende voorspellingen dat alle computers in het honderd zouden lopen en daarmee onze techniek en beschaving. De vreselijke ramp is voorkomen dankzij voorzorgmaatregelen.

Ehrlich heeft eens gezegd dat zijn boek heeft geleid tot effectieve beleidsprogramma's en velen heeft doen besluiten geen kinderen op de wereld te zetten, waarmee het noodlot op heroïsche wijze is afge­wend. 'Er gaat nauwelijks een week voorbij waarin er niet iemand is die tegen me zegt: ik heb uw boek op de middelbare school gelezen en daarom heb ik nu maar één kind', zegt Ehrlich. Of hem dat met trots vervult? Ehrlich denkt even na. 'Het geeft me wel een goed gevoel.'

Of we roepen: 'Wacht maar, onze voorspelling kan nog uitkomen.' Immers, die relatie van een vriend waarvan je dacht dat die niet langer dan twee maanden zou standhouden, kan nog elk moment op de klip­pen lopen. Dan is niet je voorspelling, maar alleen de timing fout. En die oorlog tussen China en Japan is er misschien niet gekomen, maar de spanning hangt nog steeds in de lucht. Ehrlich benadrukt graag dat er nog vreselijke dingen staan te gebeuren: 'Eigenlijk is nog het meest verrassende aan The Population Bomb dat het veel te optimistisch was.'

Het maakt niet uit hoe vaak experts falen in hun prognoses, ze behouden hun autoriteit en een grote schare fans die niets willen we­len van een vergissing. Zo is Ehrlich sinds zijn publieke doorbraak in 1968 bekroond met een reeks prestigieuze onderscheidingen en wordt hij nog altijd gezien als icoon binnen de progressieve beweging. Nee, verontschuldigingen komen er zelden na een foute toekomstverwachting.

Experts worden dan ook zelden geconfronteerd met hun missers; Ze worden gewoon gevraagd nieuwe voorspellingen te doen.

Wilt u leren uw eigen voorspellingen te verbeteren en die van anderen leren beter op hun waarde te schatten? Lees Ode's vijf vuistregels voor voortreffelijke voorspellers...

LAAT U VERRASSEN De titel van zijn vorig jaar verschenen boek is veelzeggend: The World in 2050. Maar wat geoloog Lawrence Smith ook allemaal schrijft, het is al bij voorbaat nutteloos; in het voorwoord vermeldt hij netjes dat hij in de toekomst kijkt 'in het geval de zaken verder gaan zoals ze nu gaan'. Het aardige is: de zaken gaan nooit verder zoals ze nu gaan. De toekomst is iets anders dan de optelsom van beslaande ontwikkelingen. Rare dingen gebeuren voortdurend. Als, ons wordt gevraagd naar de toekomst, blijven we graag dicht bij de toestand van vandaag. Daarom voorspellen zo veel economen dat China binnen twintig jaar de volgende supermacht wordt. Misschien hebben ze gelijk. Maar dat dachten ze rond 1990 ook van Japan.

In zijn boek The black swan betoogt Nassim Nicholas Taleb dat het in onze aard ligt voort te bouwen op bestaande kennis en verrast te worden door 'zwarte zwanen', ofwel zeldzame, onvoorspelbare ge­beurtenissen met een enorme impact: de plotselinge val van de Muur in 1989, de doorbraak van internet in de jaren negentig, de terreur­aanslagen in 2001, de recente economische crisis. Volgens Taleb zijn dergelijke gebeurtenissen bepalend voor de wereld waarin we leven.

Als historici wat eerlijker waren, zouden scholieren leren dat het ver­loop van de geschiedenis wordt bepaald door een opstapeling van wil­lekeurige, onvoorziene gebeurtenissen. Zo kan een nieuwe generatie worden opgeleid die in toekomstvoorspellingen rekening houdt met het bestaan van onbekende feiten.

Daarom is het aan te raden nooit al te stellig te zijn. Laat ruim­te voor onverwachte wendingen. Om twee redenen kunnen alle toe­komstscenario's over energievoorziening in de prullenbak: angst over een smeltende kernreactor heeft in Duitsland en andere landen een dikke streep gehaald door alle plannen voor kernenergie en dankzij een recente technologische innovatie kan relatief schoon aardgas wor­den gewonnen uit gesteente onder een kleilaag - en daar is een hoop te halen. Die zaken vallen niet te voorzien. Ze overkomen ons, net als het leven. Een voortreffelijke voorspeller houdt daar rekening mee.

Zoals Tetlock het zegt: 'Dertig jaar lang wisten deskundigen pre­cies de toekomst van het politiek leiderschap in Egypte te voorspellen. Ze voorspelden geen verandering en ze hadden gelijk - totdat ze onge­lijk hadden.'

VOORKOM TUNNELVISIE  De wereld zit vol complexe problemen met on­eindige aspecten die in overweging moeten worden genomen. We zou­den dol worden als ons brein daar niet iets op had gevonden om het leven overzichtelijker te maken. Het zorgt ervoor dat we vasthouden aan wat we al menen te weten en dat we onze overtuiging voortdurend proberen te bevestigen. Dat mechanisme heet tunnelvisie. Tunnelvisie maakt het leven een stuk gemakkelijker', zegt rechtspsycholoog Eiïc Rassin, universitair hoofddocent aan de faculteit Sociale wetenschap­pen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. 'Complexe problemen kun je ineens snel oplossen. Vaak gaat dat goed, maar niet altijd.'

In zijn boek Waarom ik altijd gelijk heb zet Rassin uiteen hoe tun­nelvisie bij besluitvorming tijdens medische keuringen funest kan zijn, wanneer artsen inzoomen op bepaalde symptomen maar andere missen, en tijdens politieonderzoek, wanneer rechercheteams oog­kleppen op hebben. Het fenomeen treedt ook op als we de toekomst aftasten. We selecteren informatie die onze vooringenomen ideeën be­vestigen. Het maakt niet zo veel uit of die informatie waar is of niet: zolang ze voldoet aan ons wereldbeeld vinden we het best. En dat is het probleem, meent Rassin: 'Je bent niet echt op zoek naar de objectieve waarheid. Mensen hebben een hardnekkige neiging om te zoeken naar bevestiging. Bij een warme zomer denken ze dan bijvoorbeeld al snel: Zie je wel, de aarde warmt op.'

Dé definitieve oplossing voor dit fenomeen bestaat volgens experts niet. Daarvoor is onze drang ongewenste meningen te diskwalificeren te sterk. Wel zijn er manieren die helpen de uitwassen tegen te gaan. Bedenk tegenargumenten. Of bedenk waarom je er helemaal naast zit. Om de geest fris en scherp te houden, zo wordt wel gesuggereerd, is het raadzaam te praten met mensen die het oneens zijn en te pro­beren hen te begrijpen in plaats van te overtuigen. Kijk voorbij het eigen vakgebied naar wat anderen aannemen voor zekerheden. Tetlock noemt het simpelweg een kwestie van 'mentale gezondheid' om in boeken, bladen en blogs kennis te nemen van meningen waar je het n iel direct mee eens bent. 'Voor je vaardigheden om de toekomst te voorspellen lijkt het me goed als je je blootstelt aan een breed scala aan inzichten.'

WEET NIET TEVEEL Wanneer je een expert ondervraagt over zijn vakge­bied mag je ervan uitgaan dat hij beter presteert dan wanneer hij over andere zaken praat. Tetlock zag in zijn studie dat ze het inderdaad doorgaans beter doen. Maar niet allemaal: sommige experts deden het op bun eigen terrein slechter dan leken. De verklaring? Hoe meerken­nis, boe meer details en hoe complexer alles wordt. Experts kunnen gevangen raken in hun eigen web van weetjes, waardoor de hoofdlijnen l roebel en ongrijpbaar worden.

Het kan volgens Tetlock gezond zijn om niet al te veel te weten. 'In dit tijdperk van academische hyperspecialisatie,' schrijft hij in zijn boek Expert Politica! Judgement uit 2005, 'is er geen reden om aan te nemen dat medewerkers van de beste vakbladen - voorname politieke wetenschappers, specialisten op een bepaald deelgebied, economen, et cetera - ook maar iets beter zijn dan journalisten of aandachtige kran­tenlezers om opkomende ontwikkelingen in te schatten.' Expertise verblindt. De toekomst is aan generalisten.

Niettemin zoeken journalisten voortdurend naar experts om het nieuws te duiden. Om hun autoriteit te benadrukken wijzen journalis­ten graag op die ene juiste voorspelling van lang geleden en negeren ze alle missers. Daarin schuilt een gevaar, meent Tetlock: 'Veel mensen hebben de val van de Arabische regimes al vele jaren voorspeld. Nu hebben ze eindelijk gelijk. Maar voordat ze gelijk hadden, zaten ze er heel erg lang naast.'

Zo hebben journalisten het dus wel graag over de goede inschat­tingen, maar is het ongepast om gasten te herinneren aan de onzin die ze maanden geleden op dezelfde plek verkondigden. Het is onbeleefd. En waarom zouden we kijken naar een praatprogramma dat blunde­rende experts uitnodigt?

WEES NIET TE OPTIMISTISCH Veel mensen hebben een optimistische vooringenomenheid over de toekomst, vooral wanneer het hun eigen leven betreft. Uit onderzoeken blijkt telkens weer dat studenten hun eigen kansen op de arbeidsmarkt altijd hoog inschatten, maar hun leeftijdgenoten zullen het volgens hen aanmerkelijk lastiger krijgen. De Amerikaanse psychologen David Armor en Shelley Taylor toonden ook aan dat rokers menen dat zijzelf minder risico lopen op longkan­ker dan andere rokers, en dat pasgetrouwde stellen - zelfs wanneer ze zich bewust waren van de sombere statistieken over echtscheidingen - de kans hoog inschatten dat hun eigen huwelijk standhoudt.

Anderen zullen het later zwaar krijgen, denken we, maar wij zit­ten goed. Dat kan statistisch niet kloppen. Prettig is het misschien niet om je te realiseren datje lijdt aan wat psychologen 'illusoire superio­riteit' noemen, maar het is een goede zelfbescherming. En hoe leuk zou je eega het vinden als je in de wittebroodsweken de kans op een geslaagd huwelijk op 42,5 procent schat?

Anders is het wanneer deze optimistische vooringenomenheid terugkomt in beleidsplannen. De Noord/Zuidlijn, die zeker 200 mil­joen euro duurder gaat uitvallen dan beraamd, is daar misschien wel een voorbeeld van. Optimisme over dergelijk grootse plannen leidt niet zelden tot een chronische onderschatting van de kosten. De Britse overheid heeft daar zo veel ervaring mee, dat ze via bepaalde stappen in de besluitprocedure de vooringenomen zorgeloosheid probeert uit te schakelen, om tot een meer realistische inschatting van de kosten te komen. Zo moeten financiële prikkels ertoe leiden dat onvoorzie­ne kosten onwenselijk worden en moet de inbreng van professionele zwartkijkers tegenwicht bieden aan de onderhandelende partijen, die zelf vaak belang hebben bij de uitvoering van een project.

TOON BESCHEIDENHEID Het is misschien even slikken, maar het moet nu eens gezegd: we zijn aan de goden overgeleverd. Natuurlijk kunnen we geen toekomst voorspellen. De paradox is: zodra we dat beseffen, worden we er opeens beter in.

Het onderzoek van Tetlock stelt onom­wonden vast dat degenen die het eigenlijk potsierlijk vinden hun me­ning te geven over wat er staat te gebeuren, het beter doen dan de­genen die overlopen van zelfvertrouwen. De bescheiden voorspellers formuleren voorzichtig - 'alhoewel', 'aan de andere kant', 'desalniet­temin' - en geven toe dat ze ook niet alles weten. Dat is niet de taal waarmee het publiek wordt voorgelicht over een onderwerp als klimaatverandering. Wetenschappers, politici en activisten zijn het er al jaren over eens dat de gemiddelde tempera­tuur van de aarde in een immer stijgende lijn blijft verlopen als de uitstoot van broeikasgassen blijft toenemen.

Het opvallende is dat temperatuurmetingen van de Britse Met Office, een van 's werelds meest gerenommeerde autoriteiten op dit gebied, ondubbelzinnig zijn: de lijn is nagenoeg vlak gebleven en van een opwarming is geen sprake. Daarmee zijn een hoop voorspellingen uit gewichtige documenten in één klap toegevoegd aan het verkeerde lijstje. Twijfel rondom de gang­bare opvattingen over klimaatverandering wekt de nodige argwaan. Maar zo'n sceptische houding is voor voorspellers juist een gezonde houding. Sommige systemen in de wereld - en zeker het klimaat - zijn zo complex en afhankelijk van zo veel onbekende factoren, dat het vrij­wel onmogelijk is aan te geven hoe ze zich zullen ontvouwen. Juist op deze terreinen zou bescheidenheid gepast zijn. Je kunt dan ook spre­ken in termen van 'verhoogde waarschijnlijkheid', al zal dit je waar­schijnlijk geen Hollywoodfilm of Nobelprijs opleveren. Voor deelname aan het debat over een onderwerp als ons veranderende klimaat zou een flinke slag om de arm eigenlijk een vereiste moeten zijn. Dit is het  beste wat je kunt doen om beter te kunnen voorspellen, zegt Tetlock: 'Cultiveer nederigheid en een meer complexe, zelfkritische, zelfbewus¬te kijk op de wereld. Onderdruk dubbelzinnigheid niet, maar erken dat er vaak goede argumenten aan de andere kant bestaan.'

Wie morgen de krant openslaat of de televisie aanzet, komt ze weer tegen: de deskundologen die vertellen waar het naartoe gaat met de wereld. Hoe kunnen we hun woorden nu beter inschatten? Moeten we deze experts dan maar negeren?

'Nee', zegt Gardner. 'Wel moeten we ze benaderen met de nodige scepsis.' Volgens Gardner is het belangrijk inzicht te krijgen in de manier van denken die hen tot hun conclusies leidt. 'Als je luistert naar een bescheiden expert, die onzekerheden accepteert en niet bang is voor complexiteit, kun je vrij zeker zijn dat je een tamelijk juiste inschatting van de toekomst krijgt voorgeschoteld. Maar als je luistert naar een expert die barst van vertrouwen en overtuigd is van zijn antwoorden, wees dan gewaarschuwd. Het is vrijwel zeker verkeerd. En dat is paradoxaal, want die experts schrijven bestsellers, geven lezingen en verschijnen in actualiteitenprogramma's.'

Tetlock meent eveneens dat de experts met de beste soundbites vermoedelijk het minst accuraat zijn. 'De experts die twijfelen en hun zinnen larderen met tal van mitsen en maren en hoewels zijn doorgaans beter. Maar je valt er wel bij in slaap.'

In de cafetaria waar we uitvoerig spraken over zijn eerdere voorspellingen over bevolkingsgroei, sprak Ehrlich ook over klimaatverandering: 'We worden ernstig bedreigd door de ontwrichting van het klimaat.' Dat is geen nieuw standpunt. Eerder schreef hij over de mogelijkheid dat voor 2020 een miljard mensen konden doodgaan aan hongernoden die zouden ontstaan vanwege de opwarming. In een lezing in 2008 zei hij dat klimaatverandering de beschaving 'mogelijk, zeer wel mogelijk' zou vermorzelen. 'De data en zeker de modellen laten een enorme dreiging zien', meldde Ehrlich met een zorgelijke blik. En toen, alsof hij zich ineens iets realiseerde: 'Ik kan het verkeerd hebben, maar je zult er vanzelf achterkomen.'

 

Uit Ode, juni 2011