Home » Artikelen » Prikken een zegen of tegen

Prikken een zegen of tegen

Magazine Issue: 19 maart/april 1998 1998 Prikken – zegen of tegen? Tijn Touber
De wonderprik die de mensheid zou redden, lijkt een tijdbom te zijn die langzaam wegtikt. Afgezien van de schadelijke bijwerkingen en de onvoorspelbaarheid van vaccins zijn er steeds meer aanwijzingen dat degeneratieve ziekten als kanker, MS, Alzheimer, osteoporose, ME en Aids in direct verband staan met onze kinderinentingen. De schaduwzijde van een succesverhaal. Tijn Touber | 19 maart/april 1998 issue
 
Vaccins gelden als een van de grootste medische successen. Maar vaccinatie is op zijn best een bot en imperfect middel. Vaccins bieden vaak niet afdoende bescherming terwijl het effect van bijwerkingen wordt onderschat. Er is nog nooit diepgaand onderzoek gedaan naar de effecten op langere termijn van vaccinaties. Toch is vaccineren in vele landen zo goed als verplicht. In Nederland niet, maar niettemin is meer dan 95 procent van de bevolking ingeënt. Vanaf drie maanden krijgen babies in fasen acht vaccins toegedient: Difterie-kinkhoest-tetanus-polio (DKTP), de Hib-prik en bof-mazelen-rode hond (BMR). De DKTP-en Hib-inentingen worden op de leeftijd van 4, 5 en 11 maanden nog eens herhaald. De BMR-prik wordt na 14 maanden gegeven. Vaccinaties raken steeds meer in opspraak.
 
Tussen juli 1990 en maart 1994 kwamen er bij de verantwoordelijke Amerikaanse instanties 37.000 klachten over vaccinaties binnen, inclusief 471 doden. Het werkelijke cijfer ligt ongetwijfeld hoger. Inmiddels geeft de Amerikaanse regering dan ook volmondig toe dat geen enkel vaccin veilig is. Dit gegeven wordt echter vrijwel niet vertaald in heldere voorlichting met keuzemogelijkheden voor ouders.
Ook de informatiefolder die in Nederland met de oproep wordt meegestuurd, geeft eenzijdige voorlichting. Er wordt alleen gemeld dat het kind verhoging kan krijgen, hangerig kan worden, een rode plek van de inenting of in het ergste geval een koortsstuip kan krijgen.
Wat niet wordt verteld, is dat de immuniteit die vaccins bieden vaak tijdelijk is, waardoor steeds meer mensen kinderziekten nu op latere leeftijd krijgen. De gevolgen zijn dan meestal ernstiger. In onze ijver om de wereld te ontdoen van infectieziekten, zijn we vergeten dat ziekten – met name kinderziekten – misschien wel een reden hebben. Hoe paradoxaal het ook moge klinken: Ziekten versterken het immuunsysteem, en daarmee de natuurlijke afweer van het kind voor het verdere leven. Het doormaken van het proces van een natuurlijke infectieziekte geeft het gehele immuunsysteem een positieve impuls, terwijl vaccins zich uitsluitend richten op het aanmaken van antistoffen tegen één ziekte.
 
Uit onderzoek blijkt dan ook dat kinderen die kinderziekten hebben gehad, later meer verweer hebben tegen ziekten als kanker, Aids en MS. Vrouwen die als kind nooit de bof hebben gehad, hebben aantoonbaar grotere kans op eierstokkanker. Tegenstanders van vaccinaties menen dan ook dat vaccins een bedreiging vormen voor oudere kinderen en volwassenen.
Omdat er geen natuurlijke kinderziekten meer zijn, gaat de mogelijkheid tot permanente immuniteit verloren. Specialisten vragen zich in alle ernst af of vaccins op de lange duur het immuunsysteem niet zodanig ondermijnen dat niet alleen het individu, maar uiteindelijk de gehele mensheid wordt bedreigd. Er is sprake van een kettingreactie: Het beschadigde immuniteitssysteem van moeders die als kind zijn ingeënt, schaadt ook de immuniteit die zij hun kinderen via de placenta doorgeven.
 
Kinderen beginnen het leven met een verzwakte immuniteit die verder wordt geschaadt door de vaccinaties die zij zelf krijgen et cetera. Vaccins bestaan uit een mix van levende of dode virussen en bacteriën. Ze worden in levende cellen gekweekt, meestal in die van apen, maar ook in kippe-, varkens- en mensencellen. Voor sommige polio-vaccins worden bijvoorbeeld de fijngemalen nieren van apen gebruikt. Hierin schuilt een risico voor besmetting met andere virussen en bacteriën.
Er zijn bijvoorbeeld gegronde aanwijzingen dat het Aids-virus op deze manier onder de mensen is gekomen. Daarnaast bevatten vaccins allerlei stoffen die ze stabiel houden en helpen groeien. Het effect van deze toevoegingen is op mensen nooit getest, wel op dieren. Uit de testen bleek dat de zeven meest gebruikte toevoegingen allen het vermogen hebben tumoren op te wekken. Is het toevallig dat het aantal gevallen van mensen met hersentumoren de afgelopen twintig jaar in de Verenigde Staten met dertig procent is toegenomen?
 
Besmetting via vaccins verloopt anders dan wanneer de ziekte ‘normaal’ het lichaam binnenkomt. Volgen bijvoorbeeld kinkhoest en mazelen de weg van de luchtwegen, zowel het kinkhoest- als het mazelen-vaccin worden per injectie toegediend en dringen daarbij plotseling veel dieper in het lichaam door.
Geconfronteerd met indringers die niet de normale weg van huid of slijmvliezen bewandelen, maar direct in de bloedbaan schade aan organen kunnen aanrichten, moet het lichaam veel meer moeite doen om de belagers van zich af te schudden. Het immuunssysteem reageert overbelast. We hebben op dat moment wellicht afweer tegen de ziekte waartegen we worden ingeënt, maar onze algemene weerstand is sterk verlaagd. Het gevaar dat talrijke virussen, binnengebracht via de prik, als een tijdbom diep in ons lichaam de tijd wegtikken, is niet denkbeeldig gebleken.
 
Artsen zien steeds meer acute ziekten veranderen in chronische ziekten. Kinderen ontwikkelen chronische oorpijn, astma, dermatitis, exceem, et cetera. Het aantal astmapatiënten is de laatste twintig jaar sterk toegenomen en uit recent Brits onderzoek blijkt dat astma onder kinderen niets te maken heeft met vervuilde lucht, klimaat of voeding. Volgens de Australische arts Viera Scheibner – in Canada door een medische tuchtraad benoemd tot getuige deskundige op het gebied van vaccins – zijn deze ‘onschuldige prikjes’ de belangrijkste oorzaak van wiegendood. Haar conclusies worden bevestigd door het feit dat het cijfer voor zuigelingensterfte als een komeet omlaag dook toen Japan de minimumleeftijd voor inentingen verhoogde tot twee jaar. Mondiaal werd Japen het land met het laagste percentage zuigelingensterfte.
 
Scheibner laat in haar boek Vaccination, 100 years of orthodox research shows that vaccins represent a medical assault on the immune system geen spaan heel van welke vaccinatiecampagne dan ook. Ze laat met behulp van bergen bewijsmateriaal zien dat vaccinaties het immuunsysteem niet versterken, maar juist verzwakken. In 60.000 pagina’s medische literatuur vond Scheibner duizenden pagina’s die tot in detail de ernstige en soms onherstelbare schade van inentingen beschrijven. Een kleine greep uit het assortiment: Astma, allergieën, suikerziekte, hyperactiviteit, achterstand in groei en mentale ontwikkeling, bloedafwijkingen, leukemie, epilepsie, verlammingen, kanker, ontstekingen in de hersenen, wiegedood en Aids.
 
Het idee dat er artsen zijn die niet van deze feiten op de hoogte zijn, vindt Scheibner griezelig. Dat een aantal van hen het wèl is, vindt ze doodeng. Hoewel vaccins wel degelijk effectief zijn, is het een wijdverbreid misverstand dat infectieziekten alleen door vaccinatiecampagnes zouden zijn verdwenen. Veel infectieziekten waren lang voordat vaccins werden uitgevonden al op hun retour.
Rode hond, builenpest en kinkhoest zijn nagenoeg verdwenen zonder dat daar ooit een vaccin aan te pas is gekomen. Het verdwijnen van infectieziekten is vooral te danken aan de toegenomen hygiëne – met name schoon drinkwater -, betere voeding en quarantaine-voorzieningen. Het feit dat een aantal infectieziekten in achtergestelde landen zonder vaccinatieprogramma’s nog wèl voorkomen, wordt door voorstanders van vaccins gezien als een bewijs dat ze dus werken. Tegenstanders zullen eerder het gebrek aan hygine, schoon drinkwater en (gezonde) voeding aanwijzen als voornaamste oorzaak van deze ziekten.
Het is in dit verband opvallend dat de geïnfecteerden bij de recente vogelgriep in Hong Kong in onhygiënische omstandigheden leefden. Veel van de ziekten waartegen wij worden ingeënt, zijn voor gezonde mensen in hygiënische omstandigheden niet meer echte killers.
 
Zo was kinkhoest eens een levensbedreigende ziekte, maar is dat nu alleen nog voor kleine kinderen. De betrouwbaarheid van vaccins laat duidelijk nogal eens te wensen over. Men hoopte dat vaccinatiecampagnes de mazelen volledig zouden uitroeien, maar in 1989 was er in de Verenigde Staten een epidemie die aan negentig mensen het leven kostte; veertig procent van de gevallen deed zich voor bij gevaccineerde kinderen. Deels heeft dat te maken met het feit dat virussen verraderlijk zijn. Ze kunnen snel muteren en worden dan resistent. Voorbeelden hiervan zijn malaria, influenza en hepatitus B. Daarnaast reageert niet iedereen hetzelfde op een vaccin.
 
Soms maken vaccinaties ons juist bevattelijker voor de ziekte. In 1918 had een massale vaccinatiecampagne tegen pokken op de Philipijnen dramatische gevolgen. In Manila, waar 95 procent van de inwoners was ingeënt, stierf 54 procent van de bevolking. Op het eiland Mindanao, waar de bewoners inentingen hadden geweigerd, stierf slechts 11 procent.
 
De Amerikaanse regering heeft een diepgaand onderzoek laten uitvoeren naar de bijwerkingen van de negen belangrijkste vaccins.
De conclusie van de vooraanstaande medische specialisten kwam er eensgezind op neer dat alle onderzochte vaccins ernstige schade kunnen aanrichten. En een onderzoek onder 500.000 Amerikaanse kinderen bracht tientallen bijwerkingen aan het licht variërend van astma, bloedafwijkingen, infectieziekten, diabetes, gehoorschade en neurologische aandoeningen zoals hersenvliesontsteking en polio.
 
Duitse wetenschappers hebben 27 neurologische reacties gevonden op het mazelen-vaccin, waaronder hersenvliesontsteking en epilepsie. De rode hond-inenting kan, aldus de fabrikant van het vaccin, in drie procent van het aantal kinderen en bij twintig procent van de volwassen vrouwen arthritis veroorzaken. Wie zijn kinderen – wellicht tegen de ernstiger ziekten als polio – wil laten inenten, kan voldoende informatie krijgen over de verschillende vaccins en hun (bij)werkingen.
 
Met name het boekje The Vaccination Bible van Lynne McTaggart zet – op basis van gevestigd wetenschappelijk onderzoek – de voordelen en nadelen van ieder vaccin duidelijk op een rij. Wie een alternatief zoekt, kan zich volgens Viera Scheibner het beste wenden tot homeopatische vaccins, nosodes geheten (zie kader). Het voordeel van deze nosodes is dat ze schoon zijn – geen bijwerkingen – en dat ze op het hele systeem inwerken en niet slechts van symptoombestrijding uitgaan, zoals in de reguliere geneeskunde meestal het geval is. Symptomen als koorts en uitslag worden vanuit een meer holistische gedachte niet zozeer bestreden, maar gezien als methoden die het lichaam gebruikt om de ziekte uit het systeem te werken. Deze symptomen onderdrukken, heeft tot gevolg dat de ziekte zich alleen maar dieper nestelt.
 
De reden dat velen – ondanks de gevaren van vaccins – toch voor inentingen kiezen, is omdat er geen goed alternatief voor handen zou zijn. Maar misschien moeten we afstappen van de gedachte dat we voor iedere vaccin een alternatief nodig hebben.
Kinderziekten als waterpokken, mazelen en kinkhoest zijn voor gezonde kinderen geen probleem, integendeel. In plaats van nog meer geld in nieuwe vaccinatiecampagnes te investeren, zou het wellicht zinvoller zijn dit geld mondiaal te spenderen aan gezonde voeding, schoon drinkwater en goede sanitaire voorzieningen.
Onze aandacht verschuift dan van het bestrijden van ziekten naar het bevorderen van gezondheid. Daarnaast is serieus onderzoek naar de werking en bijwerkingen van bestaande vaccins dringend gewenst. - See more at: http://theoptimist.nl/prikken-zegen-of-tegen/#sthash.bcGmJ2O0.dpuf